Duurzame energie

Afbeelding van Nationaal Programma RESDertig regio’s in Nederland werken intensief samen aan een concrete aanpak voor het opwekken van duurzame energie in 2030: de Regionale Energiestrategie (RES). De regionale aanpak blijkt te werken en brengt beweging in de energietransitie. De regio’s leggen in hun RES’en 1.0 nog een hogere ambitie neer dan zij vorig jaar al deden: zo’n 55 TWh in 2030. Er is intensieve samenwerking ontstaan en het gesprek met inwoners en bedrijven is in alle regio’s vol op gang gekomen. De ambitie is hoog, maar de uitdagingen zijn ook groot. Het maatschappelijk debat over de gevolgen voor de leefomgeving neemt toe. Ruimte is in ons land beperkt beschikbaar en het energiesysteem staat onder druk. De weg naar RES 2.0 vraagt om keuzes maken, om coördinatie van de netcapaciteit en om onderling overleg: met inwoners en ondernemers en in en tussen regio’s.

Het Nationaal Programma RES (NP RES) ondersteunt de regio’s bij het maken van hun Regionale Energiestrategie. NP RES geeft in een stand van zaken (de ‘foto’) twee keer per jaar een blik op waar de 30 RES-regio’s staan in het proces op weg naar 2030.

Voor het zomerreces ronden 26 van de 30 RES regio’s de besluitvorming over hun RES 1.0 af. Vier regio’s volgen na het zomerreces. Alle 30 RES’en zijn openbaar en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kan starten met de monitor. Het totale bod van alle regio’s bedraagt 55 TWh, ongeveer 2,5 TWH meer dan in de concept-RES’en uit oktober 2020. Dat is een goed uitgangspunt voor het werken aan het doel van 35 TWh hernieuwbaar opgewerkte energie in 2030. Beperkingen in de ruimte, vaststelling door volksvertegenwoordigers, de mate waarin een locatie door inwoners geaccepteerd wordt en gebrek aan netcapaciteit beïnvloeden hoeveel zonne- en windenergie gerealiseerd kan worden. Over de onderverdeling huidige opwek – pijplijn - ambitie en het onderscheid wind -zon op veld - zon op dak, zijn op dit moment nog geen eenduidige conclusies te trekken. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) levert eind 2021/begin 2022 een volledige kwantitatieve analyse van de opstelsom van alle RES’en 1.0 en gaat hier dan nader op in

De plannen in de RES’en 1.0 zijn verdiept, verbeterd en concreter gemaakt. De netbeheerders zijn actief betrokken en ook de samenwerking tussen de RES’en is intensiever geworden. De RES is gegroeid tot meer dan alleen een document. Het is het begin van een intensieve samenwerking. Een netwerk waarin overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties en inwoners elkaar weten te vinden op het gebied van klimaat. Daarmee is ook het gesprek met inwoners en bedrijven begonnen. Dat leidt soms tot fel maatschappelijk debat over zorgen. Maar ook tot initiatieven en het gesprek over de kansen die de energietransitie brengt, bijvoorbeeld op het gebied van arbeid en scholing. De komende 10 jaar is nog altijd stevige inspanning én financiering nodig om de doelen voor 2030 te halen in een goed proces met inwoners en betrokkenen, met ruimtelijke kwaliteit én met aandacht voor het energiesysteem. 

Duurzame energie in het landschap is niet vanzelfsprekend. Inwoners voelen zich niet altijd gehoord of vroeg en intensief betrokken. Dit vraagt om eerder en vaak andere inspanningen van overheden en initiatiefnemers. Ook de zorgen en daarmee het maatschappelijk debat over gezondheid en de gevolgen voor de eigen leefomgeving nemen toe. De RES maakt de noodzaak tot een betere relatie tussen inwoner en overheid zichtbaar. Regio’s zoeken dan ook steeds nieuwe (online) vormen om inwoners te betrekken: van een (online) festival, webinar tot burgerforum. Het Rijk bracht de nut en noodzaak van de RES’en onder de aandacht in een korte campagne en werkt nu aan een langere termijn-aanpak over klimaat om daarmee ook de communicatie in de RES’en te ondersteunen. Het debat houdt niet op bij de RES 1.0. De verdere uitwerking van beleid of concrete plannen vraagt om continue betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden. Op weg naar de RES 2.0 onderzoeken regio’s ook de inzet van bijvoorbeeld een burgerberaad of omgevingsraad om eigenaarschap en zeggenschap van inwoners te vergroten. Daarbij is ook lokaal eigendom een belangrijk onderwerp in elke RES: hoe inwoners zeggenschap krijgen en meeprofiteren van wind en zon op land projecten. Het RIVM zet een ‘Expertisepunt windenergie en gezondheid’ op, waar experts elkaar kunnen vinden en regionale GGD’en ondersteund worden. 

Naast de energietransitie, is er veel druk op de leefomgeving door andere grote thema’s als woningbouw, landbouw, natuur en klimaatadaptatie. Duurzame energie is een jonge discipline die om ruimte vraagt en daarmee mogelijk minder vanzelfsprekend is als woningbouw, industrie en bedrijventerreinen. Ruimte is beperkt beschikbaar. Het vraagt dus om slim combineren én kiezen. Die afweging wordt onder andere gemaakt als de ambities uit de RES worden vastgelegd in het gemeentelijk en provinciaal omgevingsbeleid. Daarbij worden inwoners betrokken en is inspraak mogelijk. 

Door de grote voorkeur voor zon op dak en de elektriciteitsvraag van industrie, woningen en mobiliteit wordt de druk op het energiesysteem groot. Hoog- en middenspanningsstations moeten worden uitgebreid en extra stations gerealiseerd. Coördinatie op provinciale/regionale schaal en intensievere samenwerking met netbeheerders is daarom hard nodig om problemen met netcapaciteit te voorkomen. Veel regio’s denken daarom na over het plannen en prioriteren van projecten. 

De regio’s zoeken naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor het aardgas waarmee we onze huizen verwarmen. Dit gebeurt op regioschaal om te voorkomen dat bronnen dubbel of juist niet benut worden. Regio’s hebben de warmtevraag en beschikbare warmtebronnen geactualiseerd. De gemeenten werken nu aan de transitievisies warmte die gaat over het aardgasvrij maken van wijken. Ook een stapsgewijze aanpak richting aardgasvrij kan onderdeel uitmaken van de transitievisie warmte. De transitievisies warmte zijn eind 2021 klaar. Deze visies zullen meer inzicht bieden wat de elektriciteitsvraag zal worden in de gebouwde omgeving. Op dat moment zal meestal ook de inzet van een warmtestructuur opgepakt worden. Hierbij is een goede verbinding belangrijk tussen de beschikbare duurzame warmtebronnen in de regio en de gemeentelijke aanpak van het verduurzamen van wijken. 

In een klein aantal regio’s zullen (naar verwachting) één of meerdere overheden de RES niet vaststellen. Over wat dit betekent voor de desbetreffende overheid en de RES wordt regionaal het bestuurlijk gesprek gevoerd. In veel regio’s zijn moties en/of amendementen ingediend. Sommige regio’s passen de RES hierop nog aan, andere regio’s voegen ze als addendum bij de RES 1.0. Ze worden in ieder geval meegenomen op weg naar de RES 2.0 en in de uitvoering van RES 1.0. 
Elke twee jaar wordt de Regionale Energiestrategie aangepast aan de meest recente ontwikkelingen. In 2023 wordt de RES 2.0 vastgesteld. 
 

Met de Regionale Energie Strategie West-Brabant werken we samen aan een duurzame toekomst. Stap voor stap gaan we over naar duurzame energie en warmte. Klik hier voor de website van Energie Regio West Brabant.